
de associatieve waarde van vorm en object
Er zijn een aantal termen die we in vormgeving kunnen gebruiken. Dit kunnen grijpbare vorm elementen zijn, maar we kunnen ook spreken over de sfeer, het gevoel en de emotionele waarden die een object/vorm oproepen.
Los van een eventuele boodschap klopt er iets niet met bovenstaand beeld. De sportauto en de caravan vertegenwoordigen beiden een andere waarde.
Bij een ruïne denkt iedereen aan de restanten van een stuk architectuur, zoals een vervallen tempel, klooster, kasteel of huis. Maar het begrip ruïne kan ook toegepast worden als vormprincipe. Naast het letterlijke beeld dat we krijgen bij het woord ruïne, zijn er ook een aantal associaties die bij ons op kunnen komen. Als vormkenmerken valt te spreken over veroudering, slijtage, barsten, scheuren, uitdrogen, vervlekken, rotten, verwering, aantasting. Daarnaast is er een meer emotionele associatie mogelijk. Ruines doen ook denken aan (vergane) glorie. Aan dingen die geweest zijn , aan inspanningen, wellicht aan perfectie waarvan enkel de restanten en basis nog zichtbaar zijn. Aan geschiedenis.

Lebbeus Woods
Zie het werk van Lebbeus Woods. Zijn werk neemt de ruïne -of eigenlijk exacter de destructie- als uitgangspunt. Vanuit dit gegeven ontwerpt hij een architectuur waarin de destructie van het voorgaande duidelijk zichtbaar is.
Kortom: ons gevoel reageert op vormen. Of andersom: vormen brengen een gevoel teweeg. Dit kan een heel duidelijk gevoel zijn zoals meestal met cliche beelden het geval is. Dit kan ook meer een associatieve gevoel zijn. En dat laatste is niet persee voor iedereen gelijk. Voor de één kan het associatieve gevoel dat een bos oproept veiligheid en bescherming zijn. Voor de ander roept dit beeld wellicht het gebrek aan overzicht en daarmee misschien zelfs gevaar op.
Door een combinatie van vormprincipes toe te passen kunnen we de overdrachtelijke waarde die we oproepen beter sturen richting het gevoel dat we willen oproepen. In het voorbeeld van het bos kun je als ontwerper ook nog spelen met kleur, densiteit, compositie, perspectief etc. Met deze middelen kun je het gevoel van dat bos veel sterker naar veiligheid of juist naar een beangstigend of desorienterende emotie sturen.
Als we kijken naar de werken van Constantin Brancusi dan zien we dat hij eigenlijk alleen nog maar de overdrachtelijke betekenis of associatieve waarden van zijn onderwerp wilde vastleggen. De werkelijke vorm werd daarbij steeds minder interessant. Of eigenlijk… de werkelijke vorm was voor hem de essentie van het afgebeelde, niet de vorm zoals we die met onze ogen aanschouwen.
What is real is not the external form, but the essence of things…it is impossible for anyone to express anything essentially real by imitating
its exterior surface.

Constantin Brancusi - the Seal

Constatin Brancusi - the fish
Voor toegepast ontwerp, of communicatieve uitingen gaat de benadering van Brancusi wellicht wat ver. De onderwerpen zijn dermate tot hun essentie teruggebracht, dat de functionaliteit misschien wel verloren gaat. Het functionele aspect blijft dus belangrijk. Hoe vreemd je ook een boekenkast ontwerpt, het goede ding moet wel boeken kunnen dragen. Hierdoor ontkomen we niet aan de door de functie opgelegde kaders. Daarnaast speelt een zekere mate van herkenbaarheid ook een rol. Als je een makkelijk op te nemen boodschap wilt overdragen dan moet het ontwerp ook op zichzelf lijken. Een kast die er uit ziet als een tafel roept verkeerde verwachtingen op.
De restyling van de coca-cola fles is gedaan door Raymond Loewy. Hij heeft het oude ontwerp als basis genomen en dit zo aangepast dat er een slankere sexy vorm ontstond. In zijn autobiografie omschrijft hij dat hij de fles associaties van het mannelijk lid heeft meegegeven. Ook refereert de fles aan de vrouwelijke vorm, met een slanke taille als smal middenstuk van de fles. Juist deze ongrijpbare associaties verwerkt in een product (fles) die we nog steeds in eerste instantie als fles herkennen maakt dit tot een krachtig ontwerp.




