Het manipuleren van beeld (ten goede of ten slechte, dat is dan ook weer subjectief) is een steeds belangrijker wordend deel van het werk als ontwerper. We leven in een beeldcultuur. Altijd al gedaan ja, denk aan grottekeningen etc. In de middeleeuwen en renaissance was het grootste deel van de bevolking ongeletterd en werd christelijke de boodschap van het christelijk geloof niet via woord maar beeld verkondigd. Mensen zijn visueel ingestelde wezens en beeld speelt dus altijd een belangrijk element in ons leven.
• Hoe werkt een beeld of afbeelding?
• En wat doet het met de kijker?
• Hoe kijken we naar dingen?
• Hoe zijn we geconditioneerd?
Misschien zijn de antwoorden hierop deels ook subjectief, maar er zijn toch een aantal bouwstenen en uitgangspunten die we als ontwerpers kunnen gebruiken en waarmee we zo het beeld bewuster kunnen creeeren en de emoties die een beeld oproepen steeds bewuster kunnen sturen.
We gaan als kijker of ontwerper dan eigenlijk langs vier stadia van kennis.
onbewust onbekwaam > (ontdekkend) we weten zo ongeveer wel wat we mooi vinden, wat we vinden ‘werken’. we worden erdoor geinspireerd.
bewust onbekwaam >(positionerend) We kunnen steeds beter benoemen wat het is dat een beeld krachtig / ‘werkend’ maakt. We spelen met vormbegrippen en -principes om te kijken wat er gebeurt.
bewust bekwaam > (confronterend) We passen de vormbegrippen en principes toe. We zien wat er gebeurt als we dingen toepasen en aanpassen. We zijn in staat om datgene te maken wat we willen.
onbewust bekwaam > (professionaliserend) We werken vloeiend met de vormbegrippen en -principes zonder dat we daar heel moeizaam mee omgaan.



