In voorgaande periodes was het maken en verspreiden van beeld voorbehouden aan enkele groepen. Beeld werd gemaakt door vakmensen, beeld werd verspreid door geverifieerde instituten of machthebbers. Dit gaf een gevoel van objectiviteit en betrouwbaarheid. van professionaliteit ook. In deze tijd van toegankelijkheid van publicatie, valt die objectiviteit gedeeltelijk weg.
Tegenwoordig heeft de grote meerderheid van de mensen toegang tot het maken van beeld. Kijk naar youtube. Maar zie ook de online marktplaatsen voor free lancers. Het verschil in niveau is groot, het verschil in prijs ook. Vaak is een gedegen benadering in ontwerp, vormgeving en visuele uitingen echter wel krachtiger en effectiever.
De behoefte aan professionals -of eerder soms het ogenschijnlijk gebrek aan behoefte- is goed te zien de online marktplaatsen voor vormgevers. Over het algemeen is vrij snel te zien of een bedrijf zijn huisstijl door een amateur heeft laten doen of door een professional. Naast de vaak ‘net-niet’ vormgeving (stempelbaarheid van een logo, vorm – restvorm, contrasten, een 1op1 vertaling etcetc) blijkt een amateur meestal ook niet in staat om een huisstijl voor verschillende uitingen te prepareren en drukklaar te maken. Een huisstijl door een amateur gemaakt oogt vaak toch wat zuiniger, goedkoop en minder verzorgd. En zo wil je als bedrijf eigenlijk niet naar je klanten overkomen. Een argument tegen de roep om vakmensen is dat enkel andere ontwerpers de ‘amateuristische’ mankementen zien en dat de meeste ‘gewone’ mensen daar geen last van zullen hebben. Ik denk dat de meeste ‘ongeschoolden op dit gebied’ hier ook een boodschap van beknepenheid en onverzorgdheid aan overhouden, maar dan onbewust. Misschien dat alleen ontwerpers het zo helder kunnen omschrijven en benoemen. Kwaliteit is dus wel degelijk belangrijk.
Anderzijds werken sommige dingen krachtiger als kwaliteit ontbreekt (of lijkt te ontbreken). Denk aan de nieuwsbeelden van bijvoorbeeld 9-11 en de WTC towers.
Dergelijke beelden ontlenen hun kracht vooral aan het feit dat het verslag via mobiele telefoons en handycams is vastgelegd. Als een Stephen Spielberg dit gefilmd zou hebben met een hele crew+ high end apparatuur + mooi uitgelichte torens, vliegtuigen en genoeg close ups van heldhaftigheid, angst en emoties, dan had de impact en het ‘echtheidsgevoel’ nooit zo sterk geweest.
Maar opnieuw, het ‘amateureffect’ en de impact die dit in het juiste geval met zich meebrengt werkt door de manier waarop het beeld samengesteld en vervaardigd is. De Impact is zo groot en ‘levensecht’ omdat we gewend zijn dat zulke ‘slechte’ opnames ook door ons als consument gemaakt kunnen worden. Als we de kenmerken van dit soort beelden niet alleen herkennen maar ook bewust kunnen toepassen dan hebben we weer een krachtig stijlmiddel in handen.
Die kenmerken bestaan in het geval van bijv. 9-11 uit de ‘non’-belichting, de autofocus, het in en uitzoomen tijdens de opname, het handheld filmen inclusief een hoop ondoordachte bewegingen en trillingen etc. Het geluid speelt ook een zeer belangrijke rol; Er is wind die voor storing zorgt, er is een hoop omgevingsgeluid en er is het geluid van de cameraman/vrouw die tijdens de opname commentaar geeft. Dit ‘first person’ amateur effect zagen we goed tot z’n recht komen in ‘the blairwitch project’, in de reclame voor de waterbedden concurent en meer recentelijk in de vervolgreclame van Heineken’s Walk in Fridge reclames.
Zie de post over de hyperrealiteits truc van de originele en de zogenaamde ‘spoof’ hier: Heineken’s Hyperrealiteit.
Het wordt steeds belangrijker informatie en media te analyseren, te filteren. Het wordt belangrijk om te zien welke bronnen we betrouwbaar vinden, hoe we die tegenover elkaar kunnen verifieren, hoe we uit verschillende beelden een eigen subjectieve werkelijkheid kunnen samenstellen. Des te meer bronnen en referenties je hebt des te genuanceerder kun je dit doen.
Een mooi voorbeeld van hoe de reclame onze gecreeerde werkelijkheid weer overneemt is te zien in andere campagne van Heineken ‘know the signs’. In deze interactieve en mediabrede campagne wordt het publiek bewust gemaakt van de gevaren van overmatig alcoholgebruik. Er komen een aantal filmpjes in voor die heel echt lijken, alles klopt net te precies.
…..of zijn ze echt echt en heeft iemand ze gewoon bij de campagne geplaatst?
Beaudrillard was stellig in zijn mening dat we leven in een kopie van de werkelijke wereld; mensen passen hun gedrag, smaak, identiteit en leven aan aan de werkelijkheid / werkelijkheden zoals die door de media tot ons komen. Deze representatie van de fysieke werkelijkheid en het gevolg daarop noemt hij Hyperrealiteit. De Hyperrealitiet neemt volgens Beaudrillard langzaam maar zeker alles over en slokt fysieke en lokale realiteiten op. Dit zien we vooral ook gebeuren in de dominantie van de westerse/ amerikaanse beeldcultuur. Juist ook hier treed een enorme vervlakkende globalisering op, gevoedt door de media.
Training en educatie op het gebied van beeldtaal, semiotiek, authenticiteit, culturele informatie etc. zijn daarom belangrijk. Dit geldt voor de inhoudelijke kant (media theorie etc) en dus ook voor de technisch visuele kant van onze beeldcultuur. Als we technisch beeldend meer bagage en kennis hebben dan is zijn de boodschappen die beelden met zich meedragen ook makkelijker te ontleden, te herkennen en te gebruiken.
en dat brengt ons bij
Cliche’s >



