over visuele communicatie en vormprincipes

Concepting

NO CONCEPT, NO CLUE

onderstaande teksten zijn samengesteld door een team van docenten. We hebben ons gebaseerd op een schema dat Sacha van Riel heeft opgesteld en zijn van daaruit elementen gaan veranderen om zo tot een goede dekking van verschillende onderdelen van een product(ie) te komen. het team bestaat uit Saskia Diesing (audiovisuele media), Marieke Vriendt (conceptontwikkeling), Sacha van Riel (conceptontwikkeling), Robbertjan Schravenhoff (didactisch medewerker) en ikzelf (concept en visualisatie).

Wanneer je als ontwerper een onderwerp hebt en meteen aan de slag gaat zul je tegen een heleboel vragen, onduidelijkheden en obstakels aanlopen. Daarom is het belangrijk om voordat je aan de slag gaat (of tijdens het aan de slag zijn) een aantal essentiële zaken goed te doordenken, keuzes te maken en die op papier te zetten. Dit om willekeur en stuurloosheid te voorkomen.
Een concept is te vergelijken met een navigatiesysteem dat je voor, tijdens en zelfs nog na het productieproces helpt om op koers te blijven en zo je uiteindelijke doel te bereiken. Je kunt een van te voren de route bepalen (de snelste, de kortste of de ‘snelwegen mijdend’), onderweg andere (en soms noodzakelijke) afslagen nemen en achteraf checken hoe en waar je uiteindelijk bent gereden en of dat ook voordelig heeft uitgepakt.
Een goed concept is dan ook geen kant-en-klaar receptenboek dat succes garandeert, maar een manier om in dialoog te blijven met je uitgangspunten en doelstellingen van je oorspronkelijke idee. Het is met andere woorden een document dat voortdurend in beweging is, aanpassingen vergt en reflectie afdwingt.

het onderstaande schema laat zien uit welke onderdelen een concept bestaat en hoe die onderdelen met elkaar verband houden.

CONCEPT

Het schrijven en verbeelden van je concept is een belangrijke stap in het tot stand komen van je werk. In je concept toon je al je inhoudelijke en beeldende keuzes. In een goed concept zijn de gemaakte keuzes logisch op elkaar afgestemd. Een goed concept helpt je om datgene te communiceren naar je publiek dat je voor ogen hebt. Een goed concept geeft je werkproces eenheid, houvast en een doel. Door het maken van een concept kan je uiteindelijk effectiever en efficiënter werken.

Een concept bestaat uit twee gedeeltes namelijk een tekstueel gedeelte en een beeldend gedeelte en, indien noodzakelijk, een auditief gedeelte. De beide gedeeltes bestaan uit verschillende basiselementen die afhankelijk van je product soms meer en soms minder belangrijk zijn. Elk basiselement is op zijn eigen manier bepalend voor het eindresultaat. Met andere woorden door elk van de onderdelen van het concept te overwegen en afgestemd te kiezen ontstaat een sterk concept .

TEKSTUEEL
In het tekstuele gedeelte van je concept leg je de nadruk op het onderlinge verband tussen de verschillende onderdelen en beargumenteer je ook de keuzes die je maakt. Als het goed is, grijpen de hoofdstukken allemaal in elkaar. Keuzes qua vormgeving bijvoorbeeld, hebben te maken met de inhoud en met de premisse, als ook de informatie en de context. Zoals context op haar beurt weer te maken heeft met de inhoud en de relatie/beleving met het publiek, etc.
Het tekstuele gedeelte van het concept bestaat uit de onderstaande basiselementen:

HET PRODUCT/DE PRODUCTIE
Wat is het? Vermelding van de feitelijke gegevens zoals de werktitel, de naam van de maker(s), de datum, de lengte en het medium (film/animatie/installatie etc).

PREMISSE
Vertrekstelling/vooronderstelling/bewering van de maker, waarin de essentie en de dramatische ontwikkeling in een enkele zin wordt weergegeven.

INHOUD
Verhalend:
Een korte krachtige omschrijving van het verhaal, waarin begin, midden en einde aan de orde komen. Het geheel van informatie, handelingen, gedachten & dialogen vervat in een artistiek werk.
Conceptueel:
Het gaat om wat er wordt verteld met het werk, hetgeen uiteindelijk altijd een bedoeling, betekenis of boodschap heeft. Wat wil je uiteindelijk bereiken bij je publiek en waarom?

RELATIE/BELEVING/PUBLIEK
De relatie tussen je productie en de toeschouwer/gebruiker, oftewel het proces tussen het kunstwerk en de kijker: wat ervaart het publiek (en hoe ziet dat eruit?) en op welk moment. Welke mechanismen worden er ingezet/in werking gesteld om het publiek datgene te laten ervaren/beleven wat de maker(s) voor ogen hebben? Is er bijvoorbeeld sprake van interactie, waarom, op welk moment en met welke interface?

STRUCTUUR
Het structureren, ordenen en doseren van de inhoud. In welke volgorde wordt de inhoud getoond/verteld? Hoe is de inhoud verdeeld? Waar begin je het verhaal/werk mee, hoe ontwikkelt het zich en waar eindigt het? Kortom; hoe worden de verschillende verhaal-, beeld- en geluidselementen gerangschikt en met welk doel?

VORMGEVING
Alles aangaande beeld en geluid: kadrering, de toon van de productie (bv. ironisch, ludiek, choquerend), belichting, typografie, compositie, stijlkeuze, en geluid. Welke beelden en stijlmiddelen gebruik je en waarom?

CONTEXT
Alle aspecten die te maken hebben met de directe en de indirecte omgeving van de productie. Waar staat het werk, waar wordt het vertoond en wat voegt dat toe aan je werk? Hoe wordt het werk gepresenteerd? En wat vertelt deze presentatie over je werk?

BEELDEND/AUDITIEF

In het beeldende/auditieve gedeelte van je concept laat je middels divers beeldmateriaal en voorbeelden zien wat de stijl/vormgeving/toon van het werk is. Wat is de sfeer die uit het werk naar voren komt en wat zijn daar de belangrijke beeldende pijlers en/of inspiratiebronnen voor?
Het beeldende gedeelte van het concept bestaat uit de onderstaande basiselementen:

MOODBOARD
Collage van o.a. foto’s, knipsels, kleuren en schetsen die een eerste aanzet geven omtrent de sfeer van de vormgeving, muziek, klankkleur.

STIJLONTWERP
Concrete beeldende uitwerking van de belangrijkste onderdelen van de productie bv. art direction van locaties, stijl van de karakters, logo, interface/GUI (graphical user interface), muziek/soundesign

(MOVING) STORYBOARD
beeldende uitwerking van het verhaal in shots en/of scènes.

in de volgende posts staan voorbeelden van bestaand werk dat ontleed is aan de hand van het Media Format schema.

Epuron / the wind door ‘the Vikings’

Concepting